Ontstaan

 

van het jongerendorp Kankala

In Kananga, een stad in het midden van Congo RDC, veroorzaakten oorlogen grote armoede. Veel kinderen belandden om allerlei redenen op straat. Ze liepen daardoor trauma's op. In 1978 werd door een dom voorval op de markt in Kananga een groep straatkinderen door de lokale bevolking uitgesloten en verjaagd. Het gevolg was dat een 20-tal straatkinderen een scoutspand in de wijk Ndesha kraakten.
Dit gebeuren vormde de aanleiding en het begin van Kankala.

Een aantal Bouwgezellen, waaronder Appie van Wees, besloten niet meer de andere kant uit te kijken en actie te ondernemen. Opvang, huisvesting, voeding en verzorging waren hun eerste zorg. De omringende buren reageerden echter hevig en bekogelden dag en nacht het onderkomen met stenen, opdat de geest van dit 'uitschot' (shègues) hen niet zou belagen.

Vermits alle jeugdbewegingen door het regime van Mobutu afgeschaft waren, bood Pater Jorissen hen toen een scoutsdomein aan op 12 km buiten de stad. Of het nu scouts of straatkinderen waren, voor hem ging het om jongeren die daar de nodige ruimte konden vinden om ver van hun leefmilieu een nieuwe toekomst op te bouwen. Hiermee was de kiem gelegd voor wat later uitgroeide tot het 'Centre de Réinsertion Sociale Kankala' afgekort CRSK, zoals het project ter plaatse heet (Centrum voor Sociale Reïntegratie Kankala).

De voorbije 30 jaren ging het project met zijn tijd mee en werd de nadruk gelegd op een totaalaanpak van de problematiek van straatkinderen. Naast opvang en scholing wordt nu meer aandacht besteed aan de reïntegratie van het kind in familie of maatschappij. Hiervoor kan het project terugvallen op vrijwilligers en een sterk gemotiveerd personeelsteam, die heel vlug de steun kregen van het Aartsbisdom. Hun dagelijkse idealisme en de inzet, zijn een waarborg voor de toekomst van dit unieke project.