Tussen 15 september en 10 oktober brengt een delegatie van onze werkgroep VvK – Balunda ba Kankala een uitgebreid werkbezoek aan het CrsK. Tijdens deze periode willen we opnieuw in dialoog gaan met onze partners, projecten opvolgen, nieuwe noden in kaart brengen en samen zoeken naar duurzame oplossingen.
We benadrukken graag opnieuw dat alle kosten van deze reis – vervoer, verblijf, maaltijden, uitstappen en lokaal transport – volledig door de deelnemers persoonlijk worden gedragen. Het werkbezoek is dus een vrijwillige inzet van tijd, middelen en engagement van alle deelnemers!
Onze delegatie bestaat dit jaar uit Jos Ceyssens, Marc & Annie Ceyssens-Princen en Jos Cramers (ORS), die eind september terugkeren.
Jan Vermeyen, Ward Ceyssens en zijn broer Johan blijven langer ter plaatse en zetten het werk verder tot 10 oktober.
Hieronder vind je onze belevenissen van dag tot dag: een inkijk in het werk, de ontmoetingen, de uitdagingen en de kleine en grote momenten die dit bezoek kleuren.
Dag 1
Dinsdag vijftien september.
Om negen uur verzamelen zeven Congoreizigers zich in de vertrekhal van Zaventem. Zes mannen, één vrouw.
Marc & Annie, Jan, Ward en broer Johan, Jos en Jos.
Doel van de reis
De jaarlijkse ‘visitatie’ en ‘resetting’ van Kankala, aangevuld met een bezoek aan het ORS‑project van Jos 2 in Kananga, staan dit jaar op het programma.
Daarnaast wordt zijdelings ook het regionaal ziekenhuis in Mikalayi bezocht, een project waar Jan zich al jarenlang met hart en ziel voor inzet. Met abbé Joseph, dr. Emmanuel en elektricien Pisco worden de finale afspraken gemaakt rond het zonnepanelenproject in Kamponde.
Een volledige zonne-installatie voor een broussehospitaal, het vroegere huis van vader Ceyssens, meer dan zestig jaar geleden, toen Congo nog Belgisch Congo was.
In Limburg werd ze aangekocht, met de boot naar Congo gebracht en vervolgens naar het binnenland vervoerd. Een logistiek huzarenstuk. Ik brand thuis een dikke kaars dat alles veilig in Kananga aankomt.
Kleine tradities
Taxfree werd, met een knipoog naar Luc, een fles Ricard gekocht. Om in Kananga de avond af te sluiten. Een kleine traditie.
Plaats te over in de Airbus van Brussels Airlines; er was de obligate lekkere kip met rijst, en een uiterst zachte landing van een vrouwelijke piloot‑commandant in Kin. Applaus.
Vlotte douane, een aarzelende transportband en dan met zeven in een volgestouwde witte kamionette naar het centrum. Naar de Procure St. Anne ging het snel, minder hectisch en veel minder gevaarlijk dan in oktober verleden jaar. Een dinsdagavond in Kin is niet gelijk aan een zondagavond.
Inchecken, kamer opzoeken, een boterham met jam en Philadelphiakaas in de bar kon er nog vanaf. Plus een eerste Primus op Congolese bodem. Niet de laatste.
Morgen bezoeken wij de geldwisselaars en gaan wij Kin in.
De voorzitter is moe, hondsmoe. Iedereen is moe en gaat naar boven.
Nog een laatste WA’pje naar het thuisfront.
Slaapwel.
Jos
Jos
Dag 2
Eerste volledige dag in Kinshasa, dé miljoenenstad van Congo.
Vandaag geen dag van doffe ellende, armoede of chaos. Wij zoeken het lichte, het mooie, het aangename op.
ProcFin
Deze voormiddag hebben wij een afspraak met mevrouw Curia van ProcFin, op de campus van de Procure. ProcFin is de bank van Scheut Congo waarmee de vzw Kankala al jaren vanuit Limburg samenwerkt. Deze bank beheert ook het geld van de vele donaties van het Kampondefonds voor de zonnepanelen en de elektrische installatie op het moederhuis daar. Mevrouw Curia is mooi, intelligent, geduldig, wijs en coöperatief, en zal ons helpen bij het openen van een rekening waarmee wij lokale elektriciens en goederen in Kananga zullen betalen.
Wij eten nog een heerlijke kiphutsepot op de Procure en stappen met ons zeven in een busje naar het Nationaal Museum. Groot, modern en leerrijk. Gebouwd door de Koreanen en nu extra gesponsord door Amerika. Cultuur in ruil voor grondstoffen.
Daarna rijden wij door een chaotische avondspits richting de majestueuze Congostroom. De Majestic River is een klasse‑bootrestaurant. Wij hebben het geweten. Nooit smaakten rivierkreeften mij lekkerder.
Twee gezichten van Kinshasa
Nergens draaien in Kinshasa meer bouwkranen dan hier. Nieuwe kaaimuren, nieuwe grote appartementsgebouwen, nieuwe aanlegsteigers, luxueuze jachten. Een andere wereld, ik geef toe. Totaal anders dan vijfhonderd meter verder de stad in.
Jan vertelt ons zijn boeiend levensverhaal, zijn liefde voor Mikalayi, zijn liefde voor Congo, zijn trots op het verpleger zijn — één van de mooiste beroepen op aarde. Zijn ups en downs, zijn geluksmomenten en tegenslagen, terwijl de tropenzon langzaam achter een grijs wolkendek ondergaat. Plots was het donker en schitterde Brazzaville met al zijn lichtjes aan de verre overkant.
Terug naar de Procure, terug naar onze veilige thuis midden in de stad.
Mijn dagelijks huiswerk nog. Even een WA naar het thuisfront ook.
Slaap wel.
Jos
Dag 3
Gisteren de boog ontspannen. Vandaag de boog gespannen.
Gisteren de boog ontspannen. Vandaag de boog gespannen. Idee van Ward, agronoom met jarenlang ervaring in Indonesië.
Bezoek aan twee bevriende organisaties met landbouwinitiatieven in de buurt van Kin. Zelfbedruipend produceren én verkoop voor eigen inkomsten. Ook belangrijk later voor ons Kankalaproject in Kananga en wie weet ook in Kamponde.
Buurt van Kin? Relatief.
Monsterlijke ochtendrit door Kinshasa
Half zeven uit de veren. Half acht met het witte busje de stad uit, de chaos in, twintig kilometer lang. Geen megastad op deze wereld kent een zodanige monsterlijke verkeerschaos als deze miljoenenstad.
Twintig kilometer hoofdweg, parallel met de Congostroom. Een vierbaansweg, tientallen kruispunten, tienduizenden moto’s, duizenden wrakken van auto’s en busjes, hier en daar een nieuw exemplaar. Vrachtwagens in alle maten en gewichten braken zwarte rook uit. Karren op twee wielen die houtskoolzakken vervoeren. Slavenarbeid.
Roepen, schreeuwen, continu het hoge schrille geluid van toeters en claxons. Toch regelmatig ook een lach.
Nergens rode lichten, iedereen door elkaar naar de overkant. De hel van Dante. De wet van de sterkste, de behendigste.
Politie kan alleen maar toekijken. Een gigantische mierennest waar een overheid zonder macht, geld en middelen elke dag haar voet opzet.
Twee fietsers gezien. Misschien één van de oplossingen.
Duizenden voetgangers steken alleen of in groep de hoofdweg over. Met ware doodsverachting. Nergens een ongeval gezien. Nergens een gewonde, laat staan een dode langs de weg. Een wonder. God hierboven waakt. Kan niet anders.
Links en rechts een kilometerslange aaneengesloten rij van winkeltjes, drankstandjes, miezerige cafétjes, evangelische kerkjes in witte en blauwe letters. Verkopers van doodskisten, hout, banden, staaldraad. Alles wat de Chinezen in containers in Matadi binnenbrengen, wordt hier verkocht in minuscule hoeveelheden.
Links en rechts in grote en kleine hopen honderden tonnen vuil en plastic afval. Nog een bovenmenselijk probleem. Mijn hart als mooimaker bloedt.
Twee landbouwbezoeken: Mbeshi en ORPER
Na twee uur komt het witte busje in rustig vaarwater en bereiken wij het heuvelende groene buitengebied van Kin. Wij zijn te gast op de boerderij Mbeshi van de Frères de Charité. Een enorm groot domein met leslokalen, het obligate voetbalveld, varken- en kippenstal én wat dieper in de vallei visvijvers en een hele reeks nette volkstuintjes en boomplantages, groot en klein. Eieren, vlees, groenten en fruit voor eigen consumptie én voor de verkoop.
Ward en Johan, de agronomen onder ons, waren verrukt. Ik ook. De formule werkt.
De volgende stop was de boerderij van de weeshuizen ORPER, de kostbare diamant van Annie Steegmans. In Kin en buiten Kin.
Hier leidde een zuster ons rond langs een kippenlegbatterij, een intelligente varkenstal en opnieuw langs volkstuinen en fruitboomplantages. Zelfde principes, zelfde doelstelling, zelfde opbrengsten.
De agronomen tevreden, wij tevreden.
Terug het witte busje in. Zeven mannen en één vrouw. Terug twee uren ongemene verkeerschaos.
Eindelijk thuis in de Procure. Wij eten heerlijk warm. Kip, vis met rijst en gebakken banaan. Jan mengelt de witte rijst met de rode pilipili. Heerlijk.
Vroeg naar bed. Om half vijf staat het witte busje voor de deur. Rit naar het vliegveld. Kananga, here we come.
Nog een apje naar het thuisfront.
Slaapwel.
Jos.
Video fragment - Straatbeeld Kananga.
Klik 1x om naar de video te gaan.
Klik nogmaals om de video te starten.
Dag 4
Vroeg uit de veren
Half vier zoemde de wekker. Scheren, de finale inpak, zware valiezen worden de trappen van de Procure afgezeuld. De zeven van Kankala eten hun ontbijt, wurmen zich in de witte bestelwagen en stipt half vijf spoeden zij zich naar de luchthaven. Deze keer een snelle rit. Kin is net ontwaakt. Alleen vrachtwagens, weinig moto’s, geen voetvolk.
Om half zes stoppen wij voor de luchthaven. Het regionale deel ervan, voor binnenlandse vluchten. Het oude gedeelte nog, precies als in de koloniale periode. Chaos, roepen, duwen, trekken. Een geluk dat de chauffeur de administratieve mallemolen overnam van de groep.
Douane, tickets allerhande. Chaos, roepen, duwen, trekken aan de bagagecontrole. Deze laatste troggelde mij nog snel enkele dollars af.
Drie uur wachten nog in een ellendige wachtzaal vol rumoer en dan de tarmac op, richting rood‑witte Airbus A320. Lichte bewolking, een aangename septemberbries. Wij verademen.
Aankomst in Kananga
Drie uur later staan wij aan de grond in Kananga. Tropisch drukkend warm is het. Een welkomstcomité met meisjesbloemen in het wit, een heuse fanfare, vele vlaggen en een horde fotografen aan de voet van het vliegtuig. Niet voor ons, maar blijkbaar wel voor een meegereisde senator uit Kasai.
Weer de chaos van het uitchecken. Roepen, tieren, trekken. Een oudere, magere douanier met neusbril noteert geduldig alle namen in een schrift. Hij is een baken van rust en zachtheid.
Buffalo, Etienne en Germain waren ons welkomstcomité. Uitbundig, echt, gemeend.
In colonne van twee terreinwagens naar Tsheila. Duidelijk zijn er kilometers nieuwe asfaltwegen. Slaapplaatsen worden toegewezen, iedereen pakt uit, een korte siësta en dan de stad in. Met ons zessen en het bestuur voor een snelle trage hap. Kip, vis, rijst, friet en het immer heerlijke Congolese bier.
Terug thuis wordt de Pernod‑fles van Luc & Jos aangesproken. Lang leve de panneaux solaires, door de groep van Albert zo’n zeven jaar geleden aangelegd.
Iedereen is moe, iedereen gaat vroeg slapen. Morgen, zaterdag, is er al een drukke vergaderdag.
Nog een apje naar het thuisfront. Geen internet nu. Spijtig.
Slaapwel.
Jos
Dag 5
Zaterdagochtend in Tsheila
Zaterdagmorgen. Als ik de deur van mijn ‘suite’ opentrek, slaat een frisse ochtendwind me om de oren. De hele patio, verdeeld in vele perkjes, ademt rust uit. Bloemenstruiken, jonge mangobomen, kortgehouden savannegras zijn het decor. Lang geleden ben ik hier geboren en wel negen jaar getogen. Ik ruik en herken de Kasaïlucht van mijn jeugd. Onmiddellijk.
Het ‘spek en ei’-ontbijt van Benoit, aangevuld met een heel gamma kaas, oploskoffie, choco en confituur uit België, groeit nu al uit tot een dagelijks topmoment.
De ‘algemene vergadering’ van de vzw van negen uur start om tien uur Congolese tijd. Het vergader- en bezoekschema van volgende week wordt vastgelegd. De duidelijke powerpoint van Marc gepresenteerd, de taal van de cijfers, de toekomstverwachtingen geformuleerd en de zeer belangrijke ‘algemene vergadering’ van het CrsK volgende zaterdag met o.a. Caritas, Unicef, Divas voorbereid.
Het was toch even slikken voor de lokale directie toen Marc in duidelijke grafieken de neerwaartse trend van de inkomsten van onze vzw op het scherm bracht.
De middag bracht de eerste warme maaltijd van Benoit. Heerlijke aardappels, tomatenschijven, krulsla en toch ‘steak’. Niet die van het blauw-wit dikbilras van bij ons, maar toch.
Dan met de witte Hilux, de laadbak vol, naar Kankala 2, het meisjeshuis.
Onmiddellijk het eerste wonder. Annie vindt de gsm van Johan terug op de passagierszetel. Sedert gisterenavond was hij er al naar op zoek, na aankomst met het vliegtuig. Alles nagezocht. Twee keer, drie keer. Cardstop ingeschakeld, echt geen pretje zo ver af in Congo. Tot Eureka! Gevonden! Zelden iemand gelukkiger gezien. “Mannen zoeken, vrouwen vinden,” volgens Annie.
Enthousiast en uiterst vreugdevol ontvangen. Liederen, toespraken, rondgang in ronduit armoedige vertrekken, naar de tuin en de drinkwaterinstallatie. Poppen uit Vlaanderen, snoep worden gedeeld. Echte kindervreugde.
Wij zien wat wij zien: la pauvreté humaine verhuld in la joie de vivre van het personeel. Later op de avond is dit hét gespreksonderwerp aan tafel.
De laatste der Mohikanen
Daarna de laatste trip. Naar pater Yvo, de laatste der Mohikanen, de laatste Vlaamse Scheutist in Congo. 55 jaren dienst. Geflankeerd door een vijftal jonge Scheutisten in opleiding én twee soldaten van vele oorlogen ontvangt hij ons. Bier en oranje prik. Jan overhandigt hem een zak tabak, geld van de familie en een doosje batterijen voor de oren. Levensbelangrijk voor deze oude krijger. Hoe lang nog?
Eten nog om zeven uur. De restjes van de middag.
Ik begin aan mijn verslag. Samen met de obligate slok Pernod ‘Luc’ & Jos, fris gekoeld. Nog een ‘ap'je’ naar het thuisfront.
Slaap wel.
Jos
Dag 6
Zondag in de village
Vandaag is het zondag. Wij worden verwacht in de village voor de Mis. Niet zomaar een Mis. Een Afrikaanse Mis. Buffalo wist dat drie dagen zonder regen betekent dat de weg bereikbaar was.
Een kleine kolonne van twee jeeps wurmt zich de stad uit. Geen auto’s, alleen Chinese brommers op de weg. Vele voetgangers op hun zondags. Veel volk tot buiten toe aan allerlei kleine evangelische kerkjes onderweg. De Jehovakerkjes zijn het netst. Op Gods akker bloeien vele soorten kerkbloemen.
De weg naar de village is op vele plaatsen weggespoeld. Dramatisch weggespoeld. Moeizaam bereiken wij het jongensdorp. Geen messiaans onthaal zoals verleden jaar. Hoeft ook niet. Wel een oprechte welkom van directie en jeugd.
De Mis is een bijna adembenemend religieus beleven. De mooiste liederen, zacht wiegende misdienaars tot uitbundig dansend publiek, percussie op trommels en elektrische piano op batterij. In wezen een pastoor op de achtergrond. Alleen een veel te lange preek in het Tschiluba én in het Frans onderbrak het bruisend festijn. Er volgt een knappe toespraak van de prefect, een volkstribuun waardig.
Naar buiten, snoep wordt uitgedeeld en dan richting hoofdhuis. Jan laat de drone opstijgen, altijd een moment van extase. Ward en Johan inspecteren de velden en gronden op hun mogelijkheden. Marc en Annie gaan rond met directie en filmen en fotograferen als gekken. Rapporteren zonder fotomateriaal is onmogelijk.
Ik hou me bezig met de grotere jongens die vurig pleiten voor het voetbal in de village. “’s Voormiddags de studie en het werk, ’s middags het eten, namiddag het voetbal, dan het slapen,” zo vertelt hij. “Er is een competitie in het weekend van vier dorpen over drie jeugdploegen.” Zij spelen blootsvoets en dromen van shoes. 😔
Het enige tv‑scherm is onlangs stuk gegaan. Geen Europees voetbal meer, geen documentaires, geen verbinding meer met de wereld. Voor mij een must, vertel ik later op de avond aan tafel.
Wij vertrekken terug richting Tsheila. Hotsend, niet botsend, komen wij thuis.
Benoit verwelkomt ons met een heerlijke maaltijd. Jan en ik nemen een lange siësta, douchen ons op zijn Congolees. Marc stort zich op zijn dossiers. Annie, Ward en Johan gaan op zoek naar de markt. Een belevenis apart, een Congolese ervaring rijker. Germaine is gids en chaperone. Een apart verslagje van Annie volgt.
Marktbezoek – Annie vertelt
Terwijl Marc zich verdiept in vergaderingen voor morgen en de komende dagen, en een deel van ons gezelschap geniet van een siësta of een uitgebreide koude ‘douche’, trekken Ward, Johan, Germaine en ik naar de plaatselijke markt.
Wat een belevenis! Geuren, kleuren en klanken overspoelen je langs alle kanten. Germaine loodst ons kordaat door de drukte: ze grijpt ons bij de hand, sleurt ons mee — slalommend tussen het drukke verkeer — naar de overkant van de straat en houdt opdringerige verkopers wat op afstand. Hier op straat heerst slechts één regel: auto’s en brommers hebben altijd en absoluut voorrang, voor de volle 100%.
Germaine maakt ons wegwijs in een eindeloos aanbod van groenten, fruit, exotische vissen, zelfs rupsen. Met haar hulp koop ik een paar nog levende ‘moustache’- of moddervissen voor het avondeten, die hierdoor ter plaatse snel hun dood vinden 😟… Ward noemt het een lekkernij; ik hou het enkel bij de aankoop en trakteer de rest met plezier.
Naast vis belanden er ook enkele vuilbakken voor onze kamers in onze winkelzak. Voldaan keren we huiswaarts, terwijl donkere wolken zich samenpakken boven Kananga. Iedereen hoopt op regen, maar op een paar druppels na blijft het droog.
Na het avondmaal zoekt een deel van de groep meteen zijn bed op. Marc werkt nog wat verder aan vergaderingen en ik maak voor één keer een klein verslag van dit stukje dag.
Veel liefs, Annie
Info die later nog volgde… ’s Morgens heel vroeg, alvorens ons vertrek naar de village, hebben Ward en Johan nog aanplantingen gedaan in de toekomstige ‘moestuin’ hier op Tsheila.
Dag 7
De werkweek begint
Maandagmorgen in Vlaanderen, de week trekt zich op gang. Maandagmorgen in Kananga, ook hier trekt onze werkweek zich op gang. Elke afdeling van Kankala wordt uitgenodigd, samen doorgelicht, met een aparte powerpoint geëvalueerd, nieuwe accenten toegelicht, vragen beantwoord, naar bezorgdheden geluisterd.
Vanochtend toch eerst even naar het centrum met de Hilux‑jeep van Buffalo. Toch nog rap de voorste remmen hersteld met ficfac. Article 15 in Congo is van tel: “Débrouillez‑vous” of “trek uw plan”.
Professioneel ontvangen bij ProcFin, de bank van de Scheutisten. Zij beheren de Kampondefondsen voor de zonne-installatie van het medisch centrum daar, het vroegere vaderhuis van de familie Ceyssens. Een lokale rekening wordt geopend waarmee lokale elektriciens en toeleveranciers zullen worden betaald.
Terug naar Tsheiba waar de eerste werkvergadering start. Het kinderbeschermingsmanifest van Caritas wordt uitgebreid toegelicht en geïmplementeerd binnen Kankala.
Na de middag is het Open Milieu, de open opvang, aan bod. Deze afdeling is de motor van Kankala. Zij sturen het terugkeerbeleid van de zwerfkinderen naar familie en thuis.
Zelf neem ik de tijd om met Jan het EHBO‑lokaal onder handen te nemen. Was niet echt nodig. Het lokaal was merkwaardig proper na ons vorig bezoek. Wij hebben alleen de meegebrachte medicatie uit Vlaanderen achter glas geplaatst.
Tuinmannen, matrassen, wc brillen
De ganse dag doceren onze agronomen Ward en Johan twee tuinmannen. Over hoe, waarom en wanneer groenten, fruitbomen en bloemenstruiken planten in de grote tuin van het centrum. Zij hakken, schoppen, verticuteren, rijven mee de plantation. In het zweet hunne aanschijns. Beetje bij beetje de vastgeroeste gewoonten bijsturen en aanpassen is hun motto.
De werkdag loopt naar zijn eind. Sommigen van ons ontwaken ’s ochtends met een heel stramme rug. Enkele wc’s zijn dringend aan een nieuwe bril toe. Samen met Buffalo kopen we vanavond snel enkele nieuwe matrassen en een tweetal nieuwe wc‑brillen, wat ons verblijf hier wat comfortabeler zal maken.
’s Avonds serveert de oude kok Benoit voor de tweede keer vandaag lever, rijst en tomaat. Nooit krijg ik in België lever van mijn echtgenote. Zij heeft gelijk.
Een grote slok Pernod ‘Luc’ & Jos met ijskoud water wordt genuttigd. Anijs bevordert de vertering. Een ‘apje’ nog naar huis.
Het is aardedonker als ik buiten naar mijn kamer schuifel. De stad slaapt. Goed dat een zaklamp bestaat.
Slaap wel.
Jos
Dag 8
Schooluniformen en savannebossen
Deze nacht minder goed geslapen. Gestommel op het ijzeren dak. Ratten. Om half acht eruit. De patio loopt langzaam vol met jongens en meisjes in de mooiste schooluniformen. Blauw en wit met witte kousen. Allemaal jongens en meisjes die in het verleden zwerfkinderen waren, gevonden op straat en na verblijf in de twee opvangcentra terug bij hun familie gebracht. Het werk van het Open Milieu, de open opvang. Het schoolgeld van vierhonderd kinderen wordt zo door de VVK in België opgehoest.
Een delegatie van deze kinderen komt ons goedendag zeggen. Kleine toespraak. Een welgemeende dank.
Deze voormiddag zijn wij te gast bij ORS, een zusterorganisatie van Kankala die buiten de stad een sociaal‑economisch bedrijf heeft uitgebouwd met straatkinderen. Tachtig hectare groot. Wij worden verwelkomd door Jean Pierre, erudiet agronoom, en Chantel, lady in red, de spin in het web van de organisatie. Mooi, intelligent en zo bekwaam.
Herbebossing, honing, palmolie en steenbakkerijen zijn hun dada. Met de carbonsubsidies uit Brussel worden acaciabomen, palmbomen en andere citrusboompjes geplant. Een uiterst verzorgde boomkwekerij naast visvijvers spant de kroon. Wij waren aangenaam verrast. De formule werkt. De savanne is terug bos geworden. Echt. Ward en Johan kopen diverse jonge boompjes voor ons centrum.
Terug naar het centrum van de stad. De staf van ORS nodigt ons uit op een drink en een buffet bij de zusters Les Servantes des Pauvres. Een zusterorde oorspronkelijk uit Italië.
Een oase van rust in een klooster. Wij eten onder een enorme mangoboom. Heerlijk. Zalig koel windje. Het is 23 graden warm.
Vergaderingen, regen en Ricard
Terug naar Tsheila. De vergadering met het directiecomité en de C.A. is verlaat naar vier uur. Terwijl Marc, Jan en Annie vergaderen en de algemene vergadering van zaterdag voorbereiden met de twee directiecomités, trek ik mij terug. Siësta. Een jarenlange gewoonte.
De avond valt. Benoit de kok verzorgt een warme maaltijd. Een eerste tropische regenbui trekt over Kananga.
Morgen zitten wij aan tafel met een delegatie uit Kamponde: abbé Joseph, mijn collega dr. Emmanuel en Pisco de elektricien. I.v.m. het zonnepanelenproject op het huis van mijn vader, nu een medisch centrum.
De Ricard ‘Luc’ & Jos smaakt. Ik doe mijn dagelijks apje naar het thuisfront.
Slaapwel.
Jos
Dag 9
Regen, Caritas en houtskool
De ganse nacht heeft het geregend, fel geregend. Zo nu en dan roffelde de donder over Kananga. Geen ratten deze keer op het dak. Het eerste wat ik elke morgen doe, is de deur openzetten. De patio is door de regen schoongeveegd. Twee salamanders herkauwen de nacht. Het is een belangrijke dag vandaag.
In de voormiddag zijn we te gast bij Caritas Kananga. Zuster Brigitte, ook arts, leidt hier een belangrijke sociaal‑caritatieve beweging. Een sterke, intelligente dame met een open mind. Wij krijgen een mooie PowerPointpresentatie over de hele werking. Vooral de herbebossingsprojecten van het nu kaalgeslagen savanneland trekken onze aandacht. Plus het systeem van de microkredieten.
Er wordt een hier recent ontwikkeld houtskoolkacheltje gedemonstreerd. Het is een klein, rond, stevig metalen ding dat 50% minder houtskool verstookt. Het CrsK spendeert jaarlijks meer dan 4000 dollar aan houtskool voor onze tehuizen.
Op het binnenplein van Caritas staat een kleine vloot witte Land Rovers van USAID. Werkloos en roestend sinds een Amerikaanse president als eerste beleidsdaad USAID zonder centen heeft gezet. Met één dikke, vette pennentrek, door iedereen in de wereld gekend. Dit beeld van werkloze jeeps brengt ons op gedachten. Later meer.
Ook deze zuster offreert ons om 10.00 uur al een maaltijd met geitenbrokjes, amarant, gebakken banaan en broodjes. Honger of niet, weigeren is onbeleefd.
Dit wordt de eerste van drie warme maaltijden vandaag.
Kamponde, poulet‑bicyclette en Jean Gabin
Na de middag volgt voor mij het hoogtepunt van de reis. Abbé Joseph en mijn collega dr. Emmanuel zijn helemaal uit Kamponde naar Kananga gekomen. Met de moto, 140 km door de brousse. Echt niet evident. Ook Pisco, de elektricien, is aanwezig.
Marc stelt via een PowerPointpresentatie de zonne-installatie op het oude tropenhuis van ons vader voor. Nu een moederhuis. Fondsenwerving binnen de familie en het netwerk brachten meer dan genoeg geld op om zonnepanelen te plaatsen op het medisch centrum én het parochiecentrum in Kamponde.
Er volgen over en weer parabels en technische discussies over waar er nog stopcontacten en lichtpunten moeten komen. De abbé heeft een speech vol dankbaarheid en emotie voorbereid.
Het wordt bijna zeven uur. De abbé en de arts kruipen achteraan op de moto bij Etienne naar een “goed” restaurant. Etienne is de econoom, de financieel verantwoordelijke van het CrsK hier. De rest volgt in de volgepropte jeep van Buffalo, directeur van het CrsK.
Het is ondertussen aardedonker geworden.
De obligate poulet‑bicyclette wordt opgeknabbeld. Zo noemen ze hier de typische lokale scharrelkippen: mager en sportief doordat ze de hele dag buiten rondrennen, en vaak door handelaars achterop de fiets naar de markt worden gebracht. De kip is erg mager, maar goed gebakken en smaakt heerlijk.
Er eten ook een tiental Belgische soldaten mee aan een lange tafel. Op missie, duizenden kilometers van België. Op missie voor Theo.
Wij klinken op Kamponde en op Lieve, mijn vrouw, die dit etentje mede aanbiedt aan de mensen van Kamponde en Kankala. Zonder Kankala zou er nooit of te nimmer in Heusden, Genk, Leuven, Hasselt en Zoutleeuw over Kamponde en over zonnepanelen op ons vaders huis zijn gepraat. Dank.
Ik drink mijn portie Ricard met ‘Luc’ & Jos. Frans chanson op de achtergrond. Jean Gabin en andere grootheden passeren de revue. Ik WhatsApp met Lieve. Ik mis haar.
Slaap wel.
Jos
Dag 10
Een dunne matras en een loden zon
Vorige nacht een moeilijke nacht. Een te dunne matras, een duwende veer, een mug binnen het ‘veilige’ muskietennet. Mijn ochtendtoilet in de tropen gebeurt ritueel, met chirurgische precisie, ordelijk, stap na stap. Voor mij de enige manier om dit uiterst sobere verhaal vol te houden. Water uit de ton, bassin vullen, wassen, de rest het toilet in kieperen, kledij, bed opmaken, opruimen. Ik draai mijn hele matras om zoals mijn vrouw het me heeft geleerd. Ben benieuwd voor de volgende nacht.
Deze voormiddag bezoeken wij een toekomstig landbouwproject. De Congolees‑Portugese familie Fernandes, die nu vanuit Tongeren de zonne-installatie van Kamponde zal vervoeren richting Congo, is zelf afkomstig uit Kananga. Hij heeft buiten de stad in Tshikaji tientallen hectare grond. Een groot deel daarvan offreert hij samen met zijn moeder aan Kankala voor een nieuw landbouwproject dat dient als opleiding voor de kinderen.
Op weg naar het domein passeren wij kilometerslange asfaltwegen in aanleg. Verlichtingspalen met grote zonnepanelen erop worden omhoog gerezen. Eén na één. Het is niet allemaal kommer en kwel hier.
Diep in de savanne dalen wij op de smalste wegen, onder een loden zon, tussen hoge grassen naar de rivier. Vruchtbare grond, zeggen de agronomen onder ons. Een drone wordt opgelaten, de optie van Fernandes is plausibel. Een groot terrein, door de natuur heroverd nadat het slechts drie jaar niet is bewerkt.
Terug naar ons centrum. Een enorme verse katvis is door Benoit gereedgemaakt. Heerlijk. Ik ga voor een siësta. In België een gewoonte. In Afrika een must.
Als mooimaker in Zoutleeuw verzamel ik hier twee emmertjes plastic en papierafval op het erf. De patio is nu brandschoon.
Een heerlijke douche, kom over het hoofd, volgt.
Techniek, Leffe en Toscaanse muziek
Om vier uur start Marc een finale technische vergadering over de zonne-installatie met Pisco. Abbé Joseph en collega Emmanuel lopen later langs voor de laatste afspraken. Zij proeven Leffe. Hun eerste keer.
Morgen brengt vrolijke Pisco zijn finale offerte binnen. Alles wordt concreet.
Ondertussen zijn hier op Tsheila en Mitangu nieuwe routers geïnstalleerd. Internet is terug in orde.
De resten van de katvis worden verorberd. Tomaat, rijst, kleine aardappelen, kokosnoot als dessert. Wij babbelen bij. We maken afspraken en plannen Mikalayi voor morgen.
Op de achtergrond Toscaanse muziek op Spotify, door Lieve thuis al lang geleden geprogrammeerd. Iedereen tevreden.
De Ricardfles van ‘Luc’ & Jos is al stevig aangesproken. Elke avond drie gegadigden. Mijn dagelijks heerlijk apje met het thuisfront volgt.
Slaapwel.
Jos
Dag 11
Naar Mikalayi, mijn geboortedorp
Vrijdagmorgen sta ik al om kwart over zeven voor mijn deur. In korte pyjamabroek. Buurman Jan en Johan hebben al een onderonsje in de patio, de centrale groene en bloemenrijke oase van Mitangu, het hoofdkwartier van het CrsK hier in Kananga. Nu helemaal in orde.
Ik geniet, doe in gedachten mijn turnoefeningen uit het thuisland en trek naar binnen. Mijn nacht was zalig. Eindelijk.
Vandaag trekt de witte jeep van Caritas naar Mikalayi. Mijn geboortedorp, de allereerste missiepost van Scheut in 1890. Hoog op een heuvel, twintig kilometer buiten de stad. Een centrum van scholen en ziekenhuisvoorzieningen met grote naam in de regio.
Jan heeft een bijzondere affiniteit met dit koloniaal juweel: als verpleger in de vorige eeuw in ruil voor legerdienst, als lid van Artsen Zonder Vakantie, als bezieler van een ‘remake’ van de waterkrachtcentrale in 2020. Gebouwd, wat primitief, door de Scheutisten in 1959, te niet gegaan einde vorige eeuw en dan door een groep Vlamingen volledig en hedendaags hersteld. Elektriciteit brengt licht en beschaving. Iedereen, de scholen, de kerk, het ziekenhuis krijgt onbeperkt 220 volt. Ongelooflijk.
Elk jaar bezoekt Jan via het werkbezoek aan Kankala zijn troetelkind Mikalayi en haar centrale. Natuurlijk.
De weg ernaartoe gaat over een brede nieuwe glooiende asfaltweg, over de ‘Scheldebrede’ Lulua‑rivier. Een nieuwe brug is in aanbouw. Ik herken de enorme stroom van in mijn jeugd, de witte schuimkoppen, de grote rotspartijen. Congo op haar mooist.
De laatste vijf kilometer richting heuveltop waren moeilijk: hotsend, botsend, schuivend. Grote erosieputten, echte hutten, kleine gemeenschappen, bleitende geiten, kleine kinderen overal.
Eens boven: een lange sliert van uitgeleefde huizen, een pastorie, een bisschoppelijk paleis, de mooiste en vooral koele kerk van Congo met glasramen, houten plafond en grafmonumenten. Ik was aangenaam verrast.
Wij bezoeken het nonnenklooster met een vlekkeloos groene binnentuin. Wij bezoeken het weeshuis van Mikalayi met bedden en weinig hygiëne. Wij bezoeken een vlekkeloos proper operatiekwartier met alles erop en eraan. Allemaal ‘electriek’.
Honderden joelende kinderen begeleiden ons naar de pastorie. Onze meegebrachte ‘bokes’ worden met koud bier genuttigd en dan naar de barage, de waterkrachtcentrale diep in de vallei.
Het vernuft van de Scheutisten toen en een groep Vlamingen nu. Stuwmeertje, sluizen, dertig meter val in een meter dikke buis en dan een hypermoderne turbine. Niet te geloven. Schakelborden, lampjes, meetschermen. Alles.
Twee lokale Congolezen doen het dagelijks onderhoud en worden betaald door de abbé. Als ze al betaald worden. Reden ook van het bezoek van Jan.
Donkere wolken pakken samen. Een onweer barst los opzij van Mikalayi. Net op tijd terug.
Een rustige avond
Het wordt een rustige avond. Marc wordt beladen met chocolade- en Princekoeken.
Wij beluisteren Klara en uiteindelijk de voetbal Italië‑België. Blijkbaar een heerlijke wedstrijd. 0‑1 aan de rust als ik stop met schrijven.
Een drupje Ricard ‘Luc’ & Jos nog. Een WhatsApp naar het thuisfront.
Slaapwel.
Jos
Dag 12
Assemble générale
Kwart na zeven. Heerlijke ochtend. Prima nacht, stille nacht. Geen nachtmuziek, geen Congolese salsa. Ik kom uit de voetbalwereld. België won gisterenavond in Rome met 0‑2. Buitengewoon voetbal tegen Italië. Ik begin mijn dag goed.
Zaterdagvoormiddag komt de Assemble générale van Kankala samen in ons centrum. Alle partners aanwezig, alle deelorganisaties. Ook de lokale politie, Protection de l’enfant, man en vrouw in mooi uniform, tekenen present. Donatien, the old wise man, coördineert de vergadering vlekkeloos. Etienne brengt met een prima powerpoint de hele werking naar voren. Professioneel, gepassioneerd, juist. Iedereen luistert ademloos.
Vragen worden gesteld, contacten gelegd met de sociale dienst van de stad, een biertje gedronken en een groepsfoto gemaakt.
Konijn zonder pruimen op het menu van onze kok.
Ik ga siesten. Ik moet toegeven, ik droom weg naar mijn heimat.
Ondertussen houden Marc, Annie, Ward en Jan een cruciale vergadering met de directie, Buffalo en Etienne. De top van Kankala.
Tropisch onweer en plannen voor morgen
Rond negen uur barst een tropisch zwaar onweer los boven de stad. De ene zware knetterende blikseminslag na de andere, onmiddellijk gevolgd door zware donderslagen. Het regent intens. De hele binnenstad moet leeggespoeld zijn.
Wij wachten samen in de living het einde van het onweer af. Het geluid van de stortregen is overdonderend.
Morgen zondag. Rustdag. Wij plannen een uitstap naar een grote waterval op de Lulua, drie uur rijden van hier. Als de modderwegen het toelaten.
Een slokje Ricard ‘Luc’ & Jos en mijn apje naar huis.
Slaapwel.
Jos
Dag 13
Les Chutes de Katendé
De vroege ochtend ademt fris. Een onweer geselde deze nacht de stad. De patio voor onze kamers is schoongeveegd. De laatste plassen trekken weg in de rode ondergrond en drie bananenbomen liggen uitgeteld tegen de grond.
Zondag rustdag. Wij trekken erop uit.
Aan tafel wordt verwoed over en weer gebeld met Caritas. Dé waterval van de Kasaï staat op het programma: Les Chutes de Katendé. Vooral de laatste tien kilometer zijn zandwegen en dus slecht begaanbaar na het nachtelijke onweer.
Wij gaan.
Alle zeven plus Etienne wurmen zich in de witte jeep van Caritas. Zestig kilometer brede asfaltwegen richting Angola. Geen verkeer, vooral voetgangers en de niet‑aflatende stroom van houtskoolverkopers. Op vreemd vervormde, aftandse fietsen liggen tot vijf grote zakken houtskool. Duwen, duwen, duwen. Bergop, bergaf richting markten van Kananga. Voor een uiterst bescheiden loon een uiterst zware inspanning.
Ik buig mijn hoofd.
Plots naar links: de asfaltweg wordt een zandweg. Recht op recht. Geen modder, geen zware putten, geen stof. Wij passeren honderden hutten, honderden joelende kinderen en stoppen even bij een bruisende markt. Een zee van volk.
Wij stappen terug de jeep in. Nu wordt het spannend. De weg versmalt tot een junglepadje. De jeep rijdt en schuurt zich stapvoets door manshoog savannegras. Steeds dieper naar beneden.
Plots scheurt het landschap open en staan wij voor een absoluut wonder in Afrika.
Les Chutes de Katendé. Met hoofdletters.
Een gigantische, honderden meters brede, stomende, beukende, brullende waterval stort miljoenen liters van de Lulua in een kolkende, bruin schuimende massa naar beneden. In drie, vier niveaus.
Veertig, vijftig meter hoog is deze chute. In één grote U draait de Lulua voor onze ogen over en langs gigantische afgeplatte stenen richting Kananga en zo naar de Congostroom.
Geen resort aan de oever. Geen restaurants, geen horeca. Alleen brute schoonheid.
Ik ben geëmotioneerd door zoveel schoonheid, door natuur en watergeweld in zijn puurste vorm.
Een vijftal vissers etaleren met werpnetten hun kunsten. Grote karpachtigen worden gevangen en ter plaatse schoongemaakt. Een drietal exemplaren worden aangekocht. De mooiste foto’s gemaakt. Een eenvoudige picknick volgt.
Terug naar boven, terug de jeep in, terug naar Kananga.
Een dag die niet meer stuk kan
De dag kan niet meer stuk. Laat een Amerikaan maar wereldkampioen worden.
Geen Ricard vanavond. Wel twee biertjes. Geen Heineken.
Nog een laatste apje.
Slaapwel.
Jos
Dag 14
Een laisy day
De ganse nacht heeft het intens geregend. Zeven uur aan een stuk. Merkwaardig hoe snel het water wegtrekt in de rode aarde. De lucht is grijs betrokken als wij gaan ontbijten. Spek met eieren en ajuin. Dé ochtendspecialiteit van Benoit.
Het wordt voor mij een laisy day. De top van Kankala vergadert met Marc, Annie en Jan. Puntjes worden op de i gezet.
Johan en Ward werken met twee jonge medewerkers de grote hof verder af. Allerlei zaden ingezaaid, boompjes geplant en de groene perken aan de patio vrijgemaakt van rode boordstenen. Patio en grote tuin worden door de agronomen getransformeerd tot een Hof van Eden. Of toch bijna.
De vier die morgen terug naar België vertrekken, beginnen in te pakken.
In de vroege namiddag hebben Marc, Annie, Ward en Jan een afspraak bij Unicef, recht tegenover het Witte Huis van Tshisekedi.
Iedereen wordt grondig gecontroleerd en dan het nieuws: directeur kinderbescherming geeft niet thuis 😔.
Nieuwe afspraak 🙏.
Laatste avond
Om zeven uur vertrekken wij allemaal in de pickup naar het restaurant. Marc en Jan als koningen op een blauwe plastic stoel achteraan in de bak.
Het wordt één van de betere locaties. Lange tafel, weinig licht, voetbal Zimbabwe‑Congo op groot scherm, heerlijke vis voor iedereen — behalve moambe met kip voor Jan.
Nog een voorzichtige zangbeurt van Etienne en dan terug huiswaarts.
Wij pikken op de radio nog België‑Frankrijk op en gaan naar bed. Laatste keer hier.
Laatste slok Pernod ‘Luc’ & Jos. De fles is op. Laatste ap'je naar het thuisfront.
Zoutleeuw, Heusden, Kuringen, here we come.
Slaapwel.
Jos
Dag 15
Laatste ochtend
Om kwart voor zeven gaat mijn gsm af. Ik was mij uitgebreid, finaliseer mijn koffers, ruim en borstel mijn kamer, maak mijn bed op. Johan, die nablijft met Ward en Jan, krijgt nu mijn kamer. Eigen toilet, eigen douchecel zonder kranen, eigen tv (nooit gebruikt!), eigen grote zwarte waterton en geel‑groene plastic waterkom. Je zou voor minder verhuizen.
Laatste ontbijt met — u weet ondertussen wat. Een emotioneel afscheid met een kleine danktoespraak van Etienne en een sober, juist gebed van Beya Beya voor een behouden thuiskomst. Hij is the old wise man van het Milieu Extern, de open opvang, de motor van het CrsK.
Iedereen de pickup in, richting oude luchthaven waar Marc en ik vijfenzestig jaar geleden, in 1960, met het hele gezin Ceyssens Congo zijn ontvlucht. Ik herken nog zoveel details.
Roepen, schreeuwen, controleren, ID‑gegevens met de stylo noteren in een bruine farde, alle valiezen open, controle, alle valiezen toe. Matabis langs alle kanten. Twee uur wachten in een ‘zogenaamde’ gelagzaal. Twaalf dollar entree en dan een cola aan het flesje.
Lezen, scrollen, wachten.
Een dertig minuten te laat stijgen wij op richting Kinshasa, doorklieven de hoogste en mooiste witte cumuluswolken en landen twee uur later in Kin.
Roepen, schreeuwen, controleren. Intense Ebola‑controle, alle valiezen weer open, grondige controle, alle valiezen toe, douanecontrole elektronisch en na anderhalf uur eindelijk in de grote moderne vertrekhal. Prima toiletten, airco, horeca, beperkte taxfree shop. Broodje kaas en lauwe koffie.
Ik maak voor Annie mijn laatste dagverslag van deze reis.
Straks om 21 uur vertrekt het vliegtuig. Morgenvroeg 6.15 uur landen wij in Zaventem.
Het is goed en, eerlijk, een beetje genoeg geweest. Ik hunker naar mijn thuisbasis. Ik niet alleen.
Nog een apje.
Goede avond.
Jos
Ward vertelt.
Terwijl jullie eindeloos veel geduld hebben moeten oefenen op luchthavens, zijn wij aan het werk gebleven. Johan en ik in de tuin, Jan binnen, met enkele bezoekers.
‘Duivel‑doet‑al’ Daniel heeft alle gaten in de omheiningsmuur gedicht. En de tuin begint er behoorlijk uit te zien. Maar compost zullen de tuinders dienen te maken, willen ze oogsten. Zo mager is de grond. Maar er is hoop.
Germaine uit de keuken heeft de vissen van Katendé naar het jongenshuis gebracht. Ze hebben daar gesmaakt.
Vanmiddag jullie vliegtuig zien aankomen en vertrekken.
In de vooravond voor de tweede maal een ijsvogel gezien, met mooie zang. En als slot van de dag: mooie zonsondergang!
Goeie thuisreis.
Dag 16
Ward vertelt
Vandaag hebben we in gespreide slagorde gewerkt: Jan naar Mikalayi, Johan en ik richting de Village bij de jongens.
’s Morgens trakteerde Buf ons echter op een verrassing: de laadbak van de pick‑up lag stampvol heerlijk ruikende varkensmest. Het grootste deel daarvan laadden we af in Mitangu, en het resterende deel was bestemd voor de village. Daar gingen we onmiddellijk aan de slag met de landbouwactiviteiten, zoals het aanleggen van zaadbedden en het opbouwen van een composthoop.
Mijn stelling dat een boomblad de waarde heeft van één Congolese frank – gezien de voedingswaarde voor de compost – werd met het nodige ongeloof onthaald. En toch is het zo: de grond hier is dikwijls zo schraal dat groenten er nauwelijks willen groeien.
Ook de jongens in de Village moeten het met weinig stellen. Na de — overigens korte — schooltijd, waarin ze keurig gekleed gaan in witte hemdjes en blauwe broeken, verruilen ze hun uniform voor hun dagelijkse outfit. Al is dat laatste misschien een ietwat te chique term 😊 Hun speelkleren, waarin ze naar hartenlust ravotten, hebben hun beste tijd wel gehad en zijn aan vervanging toe.
’s Middags schoven de kinderen aan voor hun traditionele maaltijd: hun geliefde bidea, ook wel bekend als de boule nationale.
Daarna probeerde ik op vraag van Marc alle paviljoenen in kaart te brengen. Welke ruimtes staan momenteel leeg, welke zijn in gebruik en waarvoor dienen ze precies? En kunnen we hier in de toekomst kleine opvanggezinnen (famille d’accueil) in onderbrengen?
De komende dagen zal ik, telkens wanneer ik in de Village ben, de situatie nog wat grondiger bestuderen.
Veel groetjes aan het thuisfront en aan iedereen die inmiddels weer terug is!
Ward
Dag 17
Ward vertelt
Dank voor de bemoedigende berichten van iedereen die alweer veilig is teruggekeerd naar België!
Vandaag zijn we nog eens naar de Village gereden om met de landbouwactiviteiten verder te gaan. Buf had — met Johan erbij — tot hiertoe nog niet vastgezeten 😊. Dus dacht hij: laat ik maar eens tonen hoe dat moet 😊. Resultaat: we hebben onderweg een uur lang muurvast gezeten! Gelukkig konden we Etienne erbij roepen, en was de redding nabij.
Toen we eenmaal in de Village arriveerden, waren de kleinsten en ook al enkele grotere kinderen terug van school. Hulp genoeg dus!
We zijn meteen aan de slag gegaan met het planten van zaadjes en het verzamelen van bladeren en keukenafval voor de composthoop. Ondertussen werd er stevig doorgespit op het grote terrein dat gisteren nauwkeurig was opgemeten door Daniël & co.
Het feit dat Johan en ikzelf de handen uit de mouwen steken en ondertussen wat uitleg proberen te geven, zet hopelijk een aantal mensen aan het denken — dat is althans de bedoeling. Zelfs Buf kwam vanavond een kijkje nemen in de tuin van Mitangu. Christian glunderde van trots.
Een goede avond allemaal!
Ward
Dag 18
Ward vertelt
Vanochtend was de lucht helblauw.
Aanzet voor een warme dag, die in een onweer dreigde te eindigen. Maar het bleef bij wat bliksemschichten, dondergeroffel en een windvlaagje.
In de ochtend trokken we alle drie, samen met de landbouwploeg – zo mogen we hen ondertussen noemen – naar Kananga II, om de tuin van de meisjes aan te pakken. Ik had ploegbaas Cristian op voorhand duidelijk gemaakt dat de meisjes toch al wat tuin hadden aangelegd. Dat werd op ongeloof onthaald.
Tot we daar arriveerden.
Na wat overleg werd begonnen aan een zaaibed, een diepe put om plastiek en niet organisch afval te verwerken, en ook de ondertussen klassieke composthoop. Cristian denkt helemaal mee en is ijverig.
Om 12 uur werden we verwacht bij Unicef. Een beleefde, vrij jonge dame ontving ons. Jan legde helder uit wat het CRSK allemaal doet. Unicef kan voorlopig niet financieel ondersteunen, maar we hopen op hun expertise en begeleiding rond ons beleid van familles d’accueil, de opvanggezinnen, en de verdere uitbouw van het terugkeerbeleid naar families. We zullen hiervoor een dossieraanvraag indienen bij Unicef, via DIVAS.’s Middags zijn we overgeschakeld op een broodmaaltijd. Beetje soberder.
Na de middag, eerder tegen de avond, zijn we met pater Jean Pierre Kandu naar zijn Institut Technique Agricole gereden. Vijftien kilometer. Een erfenis van de Vlaamse pater Van Elst.
Met koeien, varkens, kippen, geiten, zelfs schapen.
Tweehonderd leerlingen in een Congolese accommodatie. O.a. klaslokalen zonder banken, stel u voor.
Maar het bezoek was toch leerrijk, al is het niet direct iets voor onze kinderen. We kunnen er nog over spreken met de pater, denk ik.
Voor de insiders: vanavond heerlijk gedineerd in ‘resto’ Benoit. Twee sterren.
Fijne avond,
Ward


